In de figuur hieronder rapporteren we de evolutie van het onveiligheidsgevoel voor verschillende transportmodi. De resultaten betreffen de gemiddelde score op een antwoordschaal van 0 (helemaal niet in gevaar) tot 9 (heel erg in gevaar) over hoe (on)veilig men zich in het verkeer voelt wanneer men zich verplaatst op een bepaalde manier (als fiets, als autobestuurder, enz...).

Alhoewel de resultaten fluctueren van jaar tot jaar valt over de gehele periode op dat tussen 2012 en 2017 er nauwelijks evoluties in het algemene onveiligheidsgevoel voor de verschillende types weggebruikers vast te stellen zijn. De enige uitzondering daarop vormen de resultaten over het onveiligheidsgevoel bij gebruikers van het openbaar vervoer. Alhoewel gebruikers van het openbaar vervoer zich ook in 2017 nog steeds aan de veilige kant van de schaal bevinden nam hun gevoel van onveiligheid toe van 2,59 in 2012 tot 3,58 in 2017. Verder blijft de relatieve rangorde door de jaren heen behouden. Motorfietsers, bromfietsers en fietsers voelen zich gemiddeld eerder onveilig. Voetgangers, autobestuurders en bestelwagenbestuurders situeren zich gemiddeld rond het neutrale punt van de antwoordschaal en gebruikers van het openbaar vervoer aan de veilige kant.

Onveiligheidsgevoel per provincie

In de grafiek hieronder rapporteren we het onveiligheidsgevoel van voetgangers, fietsers, motorfietsers en autobestuurders voor de 10 Belgische provincies en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

De grootste uitschieters in deze grafiek betreffen de motorrijders in alle provincies van het Waals gewest, die zich beduidend onveiliger voelen dan de motorrijders in de Vlaamse provincies. Uitzondering daarop zijn de Limburgse motorrijders, die zich ergens tussen beide situeren.

Het onveiligheidsgevoel van voetgangers en autobestuurders hangt niet duidelijk af van de provincie. Bij fietsers ligt dit anders. Ze voelen zich systematisch veiliger in alle Vlaamse provincies dan in de Waalse provincies. Fietsers voelen zich het onveiligst in Brussel.