Om een beeld te krijgen over de variëteit van verplaatsingsmiddelen die de Belg gebruikt kijken we in de eerste plaats naar het percentage respondenten dat aangeeft in het afgelopen jaar een bepaalde vervoerswijze minstens één keer te hebben gebruikt.

Deze figuur bevestigt de populariteit van de wagen ten opzichte van alle andere verplaatsingswijzen. Gemiddeld genomen over heel België blijkt 81% van alle burgers in het afgelopen jaar een personenwagen bestuurd te hebben. Ook de fiets en het openbaar vervoer worden frequent gebruikt. Ongeveer 40 procent van de ondervraagden verplaatste zich hiermee.
Andere vervoermiddelen zoals bestelwagens, bromfietsen en motorfietsen worden maar door een kleine minderheid gebruikt. 10 procent van alle Belgen gebruikte in het afgelopen jaar een elektrische fiets. Dat zijn er iets meer dan vorig jaar (9%), maar in vergelijking met 2014 (5%) is dit een verdubbeling.

Achter deze algemene gemiddelden gaan grote geografische verschillen schuil, die in de figuur hieronder weergegeven worden.
Uit deze figuur blijkt duidelijk een verschil tussen de drie gewesten wat het fietsgebruik betreft. In bijna elke Vlaamse provincie hebben meer dan de helft van de burgers het afgelopen jaar gefietst. Antwerpen is koploper met 68 %. Vlaams-Brabant is de provincie waar in Vlaanderen het minst wordt gefietst (45%).
In de Waalse provincies ligt het fietsgebruik rond de 25%, behalve in de provincie Luxemburg, waar slechts 17% van de inwoners wel eens de fiets nam.
Bij de elektrische fiets zien we ook dat het gebruik in Vlaanderen veel hoger ligt dan elders, met percentages tot zelfs 16% in de provincie Limburg. Gebruikers van het openbaar vervoer zijn veruit het talrijkst in Brussel (63%), maar ook in de meeste Vlaamse provincies nam 40 à 45 procent wel eens de trein, tram of bus. In Limburg ligt het percentage met 32% wel iets lager. In Wallonië heeft ongeveer 70 procent van de totale bevolking in het afgelopen jaar geen enkele keer een vorm van openbaar vervoer gebruikt.