Om te analyseren welke factoren de verschillen in onveiligheidsgevoel op de weg bepalen gingen we na welke risicogedragingen in het verkeer vaak voorkomen. Om preciezere gegevens te verkrijgen over de omvang van het probleem vroegen we dit jaar hoeveel dagen het geleden was dat men een bepaald risico (te snel rijden, geen gordel dragen enz...) in het verkeer nog had genomen. De resultaten in de figuur geven het percentage respondenten dat 30 dagen of minder geleden een bepaald risicogedrag heeft gesteld.

De hele top drie blijkt net zoals vorig jaar ingenomen door snelheidsovertredingen binnen en buiten de bebouwde kom, gevolgd door vermoeid rijden en handenvrij bellen. 30 procent van de Belgen geeft toe minder dan dertig dagen geleden te snel gereden te hebben. Voor vermoeid rijden en het gebruik van de gsm achter het stuur bekomen we percentages rond de 25 procent.

Niet alleen het verplaatsingsgedrag van de Belg verschilt lokaal sterk. Er is ook een significante geografische spreiding van toegegeven risicogedrag. We illustreren dit voor de belangrijkste killers in het verkeer: rijden onder invloed van alcohol en te snel rijden.

Uit figuur 7 blijkt dat het percentage bestuurders dat toegeeft onder invloed van alcohol te rijden hoger ligt in Wallonië dan in Vlaanderen (met uitzondering van de provincie Henegouwen, die zich tussen de Vlaamse provincies nestelt). Met 10 procent ligt het percentage bestuurders dat alcohol gedronken heeft het laagst in Antwerpen en Brussel. De provincies Luxemburg (16%) en Namen (15%) scoorden het slechtst. Het verschil met de best presterende provincies is echter relatief beperkt.

De resultaten voor snelheidsovertredingen volgen ongeveer hetzelfde scenario als dat voor rijden onder invloed van alcohol. Het vaakst wordt te snel gereden op wegen buiten de bebouwde kom in de provincie Luxemburg (51%). In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geven de respondenten aan het minst vaak te snel te rijden. Voor alle wegen ligt het percentage mensen die te hard rijden daar op 20% of minder.