8% van de Belgen is in het afgelopen jaar slachtoffer geweest van een ongeval met materiële schade. 3% was zelfs betrokken in een ongeval waarbij iemand gewond raakte of stierf. Naast deze objec-tieve cijfers is het belangrijk om te peilen naar het subjectieve onveiligheidsgevoel van de bevolking.

De gemotoriseerde tweewielers voelen zich het onveiligst in het verkeer. We stellen daarnaast vast dat er een lichte stijging is in het onveiligheidsgevoel van de autobestuurders tijdens de laatste twee jaar. Nochtans is het aantal ongevallen met doden en gewonden gedaald.

Voor het openbaar vervoer hebben we voor het eerst het onveiligheidsgevoel voor alle vormen (trein, metro, tram en bus) apart bevraagd. Voor alle types van openbaar vervoer noteren we een stijgend onveiligheidsgevoel de laatste jaren. Deze stijging komt niet noodzakelijk doordat het openbaar vervoer zelf verkeersonveiliger geworden is, maar valt mogelijk te verklaren door het subjectieve onveiligheidsgevoel op trein, tram, metro en bus.

Onveiligheidsgevoel per type weg

Het onveiligheidsgevoel voor zowel autobestuurders als pas-sagiers is van alle wegen het hoogst op autosnelwegen. Deze wegen zijn per afgelegde kilometer in principe het meest veilig. De Belg ervaart dus een verschil tussen de objectieve veiligheid en zijn subjectieve veiligheidsgevoel.

Onveiligheidsgevoel per gewest

Voor sommige vervoerswijzen zijn er per regio enkele duidelijke verschillen in het onveiligheidsgevoel. Zo voelen motorrijders zich significant onveiliger in het Wallonië dan in Vlaanderen of Brussel. Fietsers voelen zich in Brussel en Wallonië onveiliger dan in Vlaanderen. Dat komt ondere andere door een betere fietsinfrastructuur in Vlaanderen, maar ook omdat fietsen daar populairder is.

In Vlaanderen is er geen verschil tussen het onveiligheidsgevoel van een gewone en een elektrische fietser. In Wallonië en Brus-sel voelen elektrische fietsers zich wel opmerkelijk onveiliger dan mensen met een gewone fiets.